Lezenaar

Toen we de dienst begonnen met het Intochtslied deden we even alsof we als pelgrims Jeruzalem binnenkwamen. De stad aan het eind van onze levensreis. En waar alles en iedereen goed is. Maar juist als je eraan denkt wat echt goed is, besef je ook dat er nog heel veel niet goed is. Niet goed in ons eigen leven, niet goed in de wereld. En in dat besef baden we ons drempel‐ en ons kyriegebed. Maar zongen we vervolgens ook het glorialied als lied van de hoop en van ons vertrouwen dat het ooit wel goed zal worden. Vertrouwen dat je nodig hebt om de moed niet op te geven. Om je niet neer te leggen bij wat is maar op weg te blijven naar wat komt. Om als kerk kerk op weg te blijven. Maar dan wel op de weg die God wijst. En we geloven in de kerk dat de Bijbel op die weg onze gids is. Een licht op ons pad een lamp voor onze voet. Een boek dat ons de goede weg kan wijzen, want niet alle wegen gaan naar Jeruzalem, dat ons terecht kan wijzen als we van die weg afdwalen, dat ons troost kan geven in dagen van verdriet, licht in dagen van duisternis en nieuwe kracht als onze krachten tekortschieten. Daarom is het lezen in de Bijbel ook de kern van onze diensten.

Maar ook al hebben we tegenwoordig heel goede lectoren, die nu dankzij het verhoogde podium ook beter te zien zijn, met lezen alleen ben je er natuurlijk niet. Uiteindelijk gaat het erom dat je hoort wat God ons ermee wil zeggen. Daar kan de preek hopelijk wat bij helpen, maar minstens zo belangrijk als wat er gelezen en gezegd wordt is wat we horen. En daar hebben we de Geest hard bij nodig. ‘Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels’. Woorden van Paulus in zijn tweede brief aan Timotheüs. Woorden die me te binnen schoten toen ik van de week nadacht over de tekst van vanmorgen: ‘Ik wil horen wat God, de HERE, spreekt; want Hij zal van vrede spreken’. Of, zoals Leendert‐Jan het net uit de nieuwe Bijbelvertaling las: ‘Ik wil horen wat God ons zegt. De HEER spreekt woorden van vrede’. Ik moest daaraan denken omdat het in allebei de teksten gaat om wat we willen horen.

De woorden van Paulus zijn in dat licht wel heel herkenbaar. Het enige wat me erin verbaast is dat Paulus schrijft: ‘er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten’. Er komt een tijd, alsof dat niet door alle eeuwen heen is gebeurd. Het is o zo menselijk om te luisteren naar wat je graag wil horen en om niet te luisteren naar wat je niet wil horen. Dat begint in de Bijbel al bij de zondeval. God zegt iets en de slang zegt iets anders. En de mens luistert liever naar de slang dan naar God. En dat zijn woorden waarin je de tekst van vanmorgen weer kan herkennen: ‘Ik wil horen wat God, de HERE, spreekt; want Hij zal van vrede spreken’. Alleen gaat het dan niet meer over wát je wilt horen maar over naar wíe je wilt luisteren. Ook al zegt Hij soms dingen die je liever niet zou willen horen. Dingen die dwars ingaan tegen wat je wilt, wat je denkt of wat je gelooft. Soms klinkt dat woord waar je naar zoekt in de preek, soms in de liederen, soms alleen maar in het kruis dat herinnert aan zijn liefde, of in het doopvont of de tafel. Maar als we vanuit dat verlangen hier bij elkaar komen en elkaar herkennen als mensen die in elk geval met elkaar gemeen hebben dat we in dat verlangen bij elkaar zijn dan mogen we erop vertrouwen en ervaren dat wie zoekt ook vindt en gevonden wordt.

Tekst van ds. Douwe Sijtsma over de symboliek in deze kerk, tijdens de ingebruikname van het nieuwe Liturgisch Centrum op 13 mei 2012. 

About the author

Italian wine is wine produced in Italy, a country which is home to some of the oldest wine-producing regions in the world.